2 Samuel 12:18

SVEn het geschiedde op den zevenden dag, dat het kind stierf; en Davids knechten vreesden hem aan te zeggen, dat het kind dood was, want zij zeiden: Ziet, als het kind nog levend was, spraken wij tot hem, maar hij hoorde naar onze stem niet, hoe zullen wij dan tot hem zeggen: Het kind is dood? Want het mocht kwaad doen.
WLCוַיְהִ֛י בַּיֹּ֥ום הַשְּׁבִיעִ֖י וַיָּ֣מָת הַיָּ֑לֶד וַיִּֽרְאוּ֩ עַבְדֵ֨י דָוִ֜ד לְהַגִּ֥יד לֹ֣ו ׀ כִּי־מֵ֣ת הַיֶּ֗לֶד כִּ֤י אָֽמְרוּ֙ הִנֵּה֩ בִהְיֹ֨ות הַיֶּ֜לֶד חַ֗י דִּבַּ֤רְנוּ אֵלָיו֙ וְלֹא־שָׁמַ֣ע בְּקֹולֵ֔נוּ וְאֵ֨יךְ נֹאמַ֥ר אֵלָ֛יו מֵ֥ת הַיֶּ֖לֶד וְעָשָׂ֥ה רָעָֽה׃
Trans.wayəhî bayywōm haššəḇî‘î wayyāmāṯ hayyāleḏ wayyirə’û ‘aḇəḏê ḏāwiḏ ləhagîḏ lwō| kî-mēṯ hayyeleḏ kî ’āmərû hinnēh ḇihəywōṯ hayyeleḏ ḥay dibarənû ’ēlāyw wəlō’-šāma‘ bəqwōlēnû wə’êḵə nō’mar ’ēlāyw mēṯ hayyeleḏ wə‘āśâ rā‘â:

Algemeen

Zie ook: David (koning), Eerbied, Ontzag, Vreze, Kindersterfte

Aantekeningen

En het geschiedde op den zevenden dag, dat het kind stierf; en Davids knechten vreesden hem aan te zeggen, dat het kind dood was, want zij zeiden: Ziet, als het kind nog levend was, spraken wij tot hem, maar hij hoorde naar onze stem niet, hoe zullen wij dan tot hem zeggen: Het kind is dood? Want het mocht kwaad doen.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וַ

-

יְהִ֛י

En het geschiedde

בַּ

-

יּ֥וֹם

dag

הַ

-

שְּׁבִיעִ֖י

op den zevenden

וַ

-

יָּ֣מָת

stierf

הַ

-

יָּ֑לֶד

dat het kind

וַ

-

יִּֽרְאוּ֩

vreesden

עַבְדֵ֨י

knechten

דָוִ֜ד

en Davids

לְ

-

הַגִּ֥יד

hem aan te zeggen

ל֣

-

וֹ׀

-

כִּי־

dat

מֵ֣ת

dood was

הַ

-

יֶּ֗לֶד

het kind

כִּ֤י

want

אָֽמְרוּ֙

zij zeiden

הִנֵּה֩

Ziet

בִ

-

הְי֨וֹת

was

הַ

-

יֶּ֜לֶד

als het kind

חַ֗י

nog levend

דִּבַּ֤רְנוּ

spraken wij

אֵלָיו֙

tot

וְ

-

לֹא־

-

שָׁמַ֣ע

hem, maar hij hoorde

בְּ

-

קוֹלֵ֔נוּ

naar onze stem

וְ

-

אֵ֨יךְ

niet, hoe

נֹאמַ֥ר

hem zeggen

אֵלָ֛יו

zullen wij dan tot

מֵ֥ת

is dood

הַ

-

יֶּ֖לֶד

Het kind

וְ

-

עָשָׂ֥ה

doen

רָעָֽה

Want het mocht kwaad


En het geschiedde op den zevenden dag, dat het kind stierf; en Davids knechten vreesden hem aan te zeggen, dat het kind dood was, want zij zeiden: Ziet, als het kind nog levend was, spraken wij tot hem, maar hij hoorde naar onze stem niet, hoe zullen wij dan tot hem zeggen: Het kind is dood? Want het mocht kwaad doen.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!