Jeremia 35:15

SVEn Ik heb tot u gezonden al Mijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende, om te zeggen: Bekeert u toch, een iegelijk van zijn bozen weg, en maakt uw handelingen goed, en wandelt andere goden niet na, om hen te dienen, zo zult gij in het land blijven, dat Ik u en uw vaderen gegeven heb; maar gij hebt uw oor niet geneigd, en naar Mij niet gehoord.
WLCוָאֶשְׁלַ֣ח אֲלֵיכֶ֣ם אֶת־כָּל־עֲבָדַ֣י הַנְּבִאִ֣ים ׀ הַשְׁכֵּ֣ים וְשָׁלֹ֣חַ ׀ לֵאמֹ֡ר שֻׁבוּ־נָ֡א אִישׁ֩ מִדַּרְכֹּ֨ו הָרָעָ֜ה וְהֵיטִ֣יבוּ מַֽעַלְלֵיכֶ֗ם וְאַל־תֵּ֨לְכ֜וּ אַחֲרֵ֨י אֱלֹהִ֤ים אֲחֵרִים֙ לְעָבְדָ֔ם וּשְׁבוּ֙ אֶל־הָ֣אֲדָמָ֔ה אֲשֶׁר־נָתַ֥תִּי לָכֶ֖ם וְלַאֲבֹֽתֵיכֶ֑ם וְלֹ֤א הִטִּיתֶם֙ אֶֽת־אָזְנְכֶ֔ם וְלֹ֥א שְׁמַעְתֶּ֖ם אֵלָֽי׃
Trans.wā’ešəlaḥ ’ălêḵem ’eṯ-kāl-‘ăḇāḏay hannəḇi’îm| hašəkêm wəšālōḥa lē’mōr šuḇû-nā’ ’îš midarəkwō hārā‘â wəhêṭîḇû ma‘aləlêḵem wə’al-tēləḵû ’aḥărê ’ĕlōhîm ’ăḥērîm lə‘āḇəḏām ûšəḇû ’el-hā’ăḏāmâ ’ăšer-nāṯatî lāḵem wəla’ăḇōṯêḵem wəlō’ hiṭṭîṯem ’eṯ-’āzənəḵem wəlō’ šəma‘ətem ’ēlāy:

Algemeen

Zie ook: Profeet

Aantekeningen

En Ik heb tot u gezonden al Mijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende, om te zeggen: Bekeert u toch, een iegelijk van zijn bozen weg, en maakt uw handelingen goed, en wandelt andere goden niet na, om hen te dienen, zo zult gij in het land blijven, dat Ik u en uw vaderen gegeven heb; maar gij hebt uw oor niet geneigd, en naar Mij niet gehoord.


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וָ

-

אֶשְׁלַ֣ח

En Ik heb tot gezonden

אֲלֵיכֶ֣ם

-

אֶת־

-

כָּל־

-

עֲבָדַ֣י

al Mijn knechten

הַ

-

נְּבִאִ֣ים׀

de profeten

הַשְׁכֵּ֣ים

vroeg op zijnde

וְ

-

שָׁלֹ֣חַ׀

en zendende

לֵ

-

אמֹ֡ר

om te zeggen

שֻׁבוּ־

Bekeert

נָ֡א

-

אִישׁ֩

toch, een iegelijk

מִ

-

דַּרְכּ֨וֹ

weg

הָ

-

רָעָ֜ה

van zijn bozen

וְ

-

הֵיטִ֣יבוּ

en maakt

מַֽעַלְלֵיכֶ֗ם

uw handelingen

וְ

-

אַל־

-

תֵּ֨לְכ֜וּ

-

אַחֲרֵ֨י

niet na

אֱלֹהִ֤ים

goden

אֲחֵרִים֙

andere

לְ

-

עָבְדָ֔ם

om hen te dienen

וּ

-

שְׁבוּ֙

blijven

אֶל־

-

הָ֣

-

אֲדָמָ֔ה

zo zult gij in het land

אֲשֶׁר־

-

נָתַ֥תִּי

gegeven heb

לָ

-

כֶ֖ם

-

וְ

-

לַ

-

אֲבֹֽתֵיכֶ֑ם

dat Ik en uw vaderen

וְ

-

לֹ֤א

-

הִטִּיתֶם֙

niet geneigd

אֶֽת־

-

אָזְנְכֶ֔ם

maar gij hebt uw oor

וְ

-

לֹ֥א

-

שְׁמַעְתֶּ֖ם

en naar Mij niet gehoord

אֵלָֽי

-


En Ik heb tot u gezonden al Mijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende, om te zeggen: Bekeert u toch, een iegelijk van zijn bozen weg, en maakt uw handelingen goed, en wandelt andere goden niet na, om hen te dienen, zo zult gij in het land blijven, dat Ik u en uw vaderen gegeven heb; maar gij hebt uw oor niet geneigd, en naar Mij niet gehoord.


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!