Euroclydon
Εὐροκλύδων G2148 "Euroklydon, wind (zuidooster), storm (zuidooster)",

Zie ook: Meteorologie, Storm,

Euroclydon (Grieks Εὐροκλύδων G2148), een zuidooster stormwind.

Inhoud

Bijbel

De storm Euroclydon wordt eenmaal genoemd in de Bijbel, tijdens een zeereis van Paulus en waarbij hij schipbreuk leed (Hand. 27:14).


Achtergronden

Alvorens in te gaan wat deze storm is, zal eerst een overzicht worden gegeven van de reis en welke havens ze aandoen. Dankzij deze informatie weten wij namelijk dat de route die gevolgd werd, zeer waarschijnlijk de gebruikelijke tocht van Egypte naar Rome was. Deze druk bevaren route was het waar de vele schepen zwaar beladen met koren uit Egypte en bestemd voor de bevolking van Rome, die toen drie miljoen mensen telde, langsgingen. Verder kunnen we uit andere details ook nog bepalen in welke periode deze tocht wordt gemaakt.

In vs. 9 wordt er gesproken

"dat zelfs de vastentijd reeds was verstreken"

, waarschijnlijk wordt hier het grote vasten (Jom hacapurim, Lev. 16: 23) mee bedoeld wat viel op 24 September. Dus de tocht werd gemaakt in de periode vlak voor de winter. Een periode dat het grootste gedeelte van de scheepvaart werd stilgelegd, wegens de zware stormen die dan woeden op de Middellandse Zee. Iets verder (vs. 12) lezen we in het relaas dat ze niet konden blijven overwinteren in de Schone Havens.

Met deze winter in aantocht voer men van Sidon via Cilicië en Pamfylië naar Myra. Daar stapten ze over op een Alexandrijns korenschip welke op weg was naar Rome. Maar door de harde wind schoot men slechts weinig op en konden Knidus met moeite bereiken, deze haven was echter door de wind onbereikbaar en men was gedwongen om onder Creta langs Salmone richting de "Schone Havens" te gaan in de buurt van Las?a of het hedendaagse Thalassa. Echter daar deze haven niet goed gelegen was voor een overwintering, ried de meerderheid aan, om vandaar zee te kiezen, en te trachten, of men misschien vandaar Phoenix (=het hedendaagse Phoinikias) kon bereiken, een andere haven van Kreta, die naar het zuidwesten en noordwesten open ligt, om aldaar te overwinteren.

Zodra er dan ook een zuidenwind opzette, vertrokken zij, tegen het advies in van de gevangene Paulus, en voeren langs het eiland Kreta. In de eerste instantie leek alles voorspoedig te gaan en de kans om nog voor de winter in Rome aan te komen was nog niet verkeken. Echter kort daarna stak er een zware noordooster storm op, die berucht was bij de zeelieden. Uit het verdere relaas kunnen we lezen hoe de valwinden zorgen dat de zeilen en het roer niet meer gebruikt kunnen worden. Het schip wordt een speelbal van de storm. Op een gegeven moment wordt de aandacht gericht op de zeelieden die, tijdens een moment van rust, de reddingssloep binnenhalen (vs. 16) en het schip verstevigen (vs. 17). Na een dag tegen de elementen van de natuur te hebben gestreden, volgt de eerste nederlaag, ze moeten een deel van hun lading (koren) overboord gooien (vs. 18), en alsof dat nog niet voldoende was moest men later het tuig losmaken en wegwerpen (vs. 19 het scheepsgereedschap). Dit gebeurde door de zeelui zelf, wat een aanduiding is hoe erg de situatie is. Dan wordt in vs. 20 nog een laatste detail gegeven van deze zware noordooster storm "Als nu gedurende verscheidene dagen zon nog sterren zichtbaar waren en de zware storm bleef aanhouden,...". Veertien dagen duurde deze storm en het schip was in deze tijd stuurloos (vs. 27). Op een gegeven moment merken ze dat ze in ondieper water komen (vs. 28) en proberen het schip te verankeren. Maar dit alles leek niet te helpen en op een gegeven moment proberen de ervaren zeelieden te ontsnappen onder het voorwendsel dat ze met de sloep ook de ankers aan de voorkant te water willen laten. Dit wordt op aangeven van Paulus door de soldaten verijdeld, welke de sloep eenvoudig in het water kieperen. De volgende dag (vs. 39) wordt een allerlaatste poging gedaan om het schip te redden, het allerlaatste koren wordt overboord gegooid en ze proberen het schip op een zandbank te zetten. Echter ook deze poging mislukt, men kan alleen nog het vege lijf redden door overboord te springen. In deze penibele situatie willen de soldaten, die lijfelijk verantwoordelijk zijn, de gevangenen doden. Dit wordt gelukkig door de centurion Julius verijdeld (vs. 43) en iedereen weet zich te redden.

Tot slot blijkt dat ze schipbreuk hebben geleden op het eiland Milete of Malta, het is een discussie onder de theologen welke van deze 2 eilanden het nu werkelijk is. Een belangrijke aanwijzing is de storm welke wordt genoemd, daar deze voornamelijk de route bepaald toen het schip op drift raakte.

De storm

Als eerste valt op dat deze storm een naam heeft gekregen, hieruit mogen we concluderen dat deze bekend was bij de zeelieden, wij kunnen dat vergelijken met de verschillende namen die wij tegenwoordig geven aan de diverse orkanen. De vraag die we ons dan ook kunnen stellen is of deze storm te identificeren valt. Belangrijke handvatten zijn het tijdstip in het jaar dat de tocht werd gemaakt en of de naam van de storm ook in andere geschriften zijn terug te vinden.

Als tijdstip hebben we al kunnen bepalen dat het in de late herfst was. Onze eerste aanwijzing vinden we in vers 9 "dat zelfs de vastentijd reeds was verstreken", waarmee het grote vasten (Jom hacapurim, Lev. 16: 23) mee wordt bedoeld wat viel in September. Iets verder vinden we in vers 12 een tweede verwijzing, namelijk dat de haven in de buurt van Lasea ongelegen was om te overwinterenen dat men probeerde in de haven van Fenix te komen. Deze aanwijzingen zijn belangrijk daar veel stormen seizoen afhankelijk zijn.

Betreffende de naamgeving van de storm valt het op dat er in de diverse vertalingen verschillende namen worden gebruikt en bij nadere bestudering van de grondtekst blijkt dat in de diverse vroege manuscripten er een verschillend woord voor wordt gebruikt. Hieronder een overzicht van vers 14 zoals deze in de diverse grondteksten en vertalingen is gevonden:

14

Stephens 1550 Textus Receptus
met ou polu de ebalen kat authV anemoV tufwnikoV o kaloumenoV eurokludwn

Scrivener 1894 Textus Receptus
met ou polu de ebalen kat authV anemoV tufwnikoV o kaloumenoV eurokludwn

Byzantine Majority
met ou polu de ebalen kat authV anemoV tufwnikoV o kaloumenoV eurokludwn

Alexandrian
met ou polu de ebalen kat authV anemoV tufwnikoV o kaloumenoV eurakulwn

Westcott-Hort text from 1881
met ou polu de ebalen kat auths anemos tufwnikos o kaloumenos eurakulwn

Latin Vulgate
27:14 non post multum autem misit se contra ipsam ventus typhonicus qui vocatur euroaquilo

King James Version
27:14 But not long after there arose against it a tempestuous wind, called Euroclydon.

American Standard Version
27:14 But after no long time there beat down from it a tempestuous wind, which is called Euraquilo:

Bible in Basic English
27:14 But after a little time, a very violent wind, named Euraquilo, came down from it with great force.

Darby's English Translation
27:14 But not long after there came down it a hurricane called Euroclydon.

Douay Rheims
27:14 But not long after, there arose against it a tempestuous wind, called Euroaquilo.

Noah Webster Bible
27:14 But not long after there arose against it a tempestuous wind, called Euroclydon.

Weymouth New Testament
27:14 But it was not long before a furious north-east wind, coming down from the mountains, burst upon us and carried the ship out of her course.

World English Bible
27:14 But after no long time there beat down from it a tempestuous wind, which is called Euroclydon.

Young's Literal Translation
27:14 and not long after there arose against it a tempestuous wind, that is called Euroclydon,

Het blijkt dat de Staten Vertaling en de King James vertaling het woord Euroklydon eurokludwn hebben geadopteerd, wat een Zuid-Oostelijke storm is. In dat de variant Euraquilo eurakulwn, een Noord-Oostelijke storm, in veel vroege geschriften wordt gevonden. De laatste tijd blijken er steeds meer bewijzen te worden gevonden dat het oorspronkelijk eurakulwn moet zijn geweest. Het woord schijnt een griekse overzetting te zijn van een latijnse scheepsterm en was waarschijnlijk opgevangen door Lukas van een latijns sprekende zeeman. Dat het niet een fout is van een overschrijver blijkt door de aanwezigheid (Euraquilo) tussen de diverse Latijnse namen van winden en stormen op een windroos gevonden te Thugga (=het hedendaagse Dougga in Tunesië) waar het een richting aangeeft van 30° N. van O. Hoewel Aristoteles aangeeft in zijn Meteorologica (hfdst. 6) dat de Euros een Zuid-Oostelijke wind is en ook Apaleius dit heeft overgenomen in zijn "de Mundo", blijkt dat Euros over het algemeen een Oostelijke wind is. Men kan dit concluderen uit het feit dat het de naam is van een griekse god, een van de zonen van Astraios en Eos (Hesiod, Theogony ll. 378-382) wier andere kinderen de namen droegen van Boreas (=de Noordelijke wind), Notos (=de Zuidelijke wind) en Zephyros (=de Westewind), hieruit blijkt dat ze allen de namen van windrichtingen dragen en het is dan ook logisch te veronderstellen dat Euros de Oostelijke wind is. Het tweede gedeelte van de naam Euraquilo eurakulwn, is de naam van de romeinse god Aquilowelke de Noordelijke wind vertegenwoordigd. Hij is dus te identificeren met de griekse god Boreas en Aparctias (Pliny Natural Histories ii.48)

Verder onderzoek leert dat het niet om een normale storm gaat, maar om een zeer zware storm met wervelwinden tufwnikos o kaloumenos eurakulwn, wat we het beste kunnen vertalen met "een typhonische storm". Hesiod (Theogony ll. 820-880) geeft een bloemrijke weergave van deze stormen: "Eurus en de ?slechte? winden razen met demonische windstoten; ze waaien op verschillende tijden, slaan schepen op drift en verdrinken zeelieden en deze winden, zo wordt gezegd, zijn de nazaten van de stervende slangachtige reus Typhon, welke dodelijk werd verbrijzeld op de berg Etna door Zeus.". Ook Pliny geeft een soortgelijk verslag met als extra vermelding, dat het om een koude wind gaat.

Heden ten dage is deze storm nog steeds bekend onder de naam Gregale en wordt nog steeds zeer gevreesd door de zeelieden. Zo werd door de Engelsen in 1901 besloten om 1 miljoen pond te besteden aan de bouw van een golfbreker, om de haven van Malta te beschermen tegen de Gregale.
De Naval European Meteorology And Oceanography Command heeft verschillende waarschuwingen voor de haven Valletta te Malta. Naast een algemene waarschuwing

"Gregale (Noordoost) winden en golven zijn oostelijk wanneer de haven Valletta wordt genaderd, deze maken het manouvreren moeilijk. Gregale winden neigen ook variabel te zijn in zowel snelheid als richting"

wordt ook een uitgebreide beschrijving gegeven hoe deze storm ontstaat:

"Gregale episodes ontstaan wanneer er een hogedruk gebied boven Europa en een lagedruk gebied is boven Noord Afrika. Dit is een overheersend winters fenomeen en komt frequent voor in combinatie met Noord Afrikaanse lagedruk gebieden. Noord Afrikaanse lagedruk gebieden ontwikkelen zich boven de woestijn in de regio's zuidelijk van het Atlas gebergte. De synoptische situatie ten gunste van deze ontwikkeling is de aanweig heid van een hogedruk gebied boven Spanje noordoost naar zuidwest is georienteerd, welke een zware zuidwestelijke stroming veroorzaakt boven Noord Afrika. De aanwezigheid van een koude front is waarschijnlijk onbelangrijk voor de ontwikkeling van een lagedruk gebied, maar als er een aanwezig is, ontwikkeld zich deze normaliter voordat het front het Atlas gebergte bereikt. De lagedruk gebieden welke de grootste mogelijkheden bieden om op Malta zware oosterlijke stormen te geven, volgen een oosterlijke route zuidelijk van het Atlas gebergte voordat ze zich bewegen over de Middellandse Zee langs de kust van Tunesië ter hoogte van de golf van Gabes."

Malta of Melite

Sinds eeuwen is er al een discussie op gang waar de schipbreukelingen nu strandden. Sommigen zeggen het bekende eiland Malta, terwijl anderen, zich baserend dat het schip zich op de Adriatische zee bevond, dat het Melite moet zijn.

Melding dat Malta het eiland is waar Paulus aanspoelde gaat niet verder terug dan 1299, de suggestie dat Konrad van Querfurth in 1194 refereerd naar Malta als het eiland van de schipbreuk moet met enige terughoudendheid worden aangenomen, daar uit bestudering van zijn geschriften blijkt dat hij het eiland Capri bedoelde. Het is opmerkelijk dat in de 10de

eeuw keizer Constantijn VII Porphyrogenitus het Dalmatische eiland Meleda als de plaats van de schipbreuk aanwees. Dit kan wijzen op een lange gesettelde Byzantijnse traditie, hoewel er ook een Latijnse traditie was ten voordele van Malta, in 544 wordt dit eiland genoemd door de Romein Arator in zijn parafrase van de

Handelingen der Apostelen

(De Act. Apost. ii, 1121-1127)

Zoals reeds eerder gesteld, is de storm een belangrijke aanwijzing waar de schipbreukelingen stranden. Daar het hier om een Noord-Oostelijke storm gaat, is het logisch dat het schip in een westelijke richting op drift ging. Als het schip strandde op Melite dan had het schip eerst helemaal om het eiland Creta heen moeten gaan en daarna direct in noordelijke richting. Dit nu is met een Noord-Oostelijke wind onmogelijk, immers het schip zou stuurloos recht tegen de wind in zijn gegaan. Om die reden ligt het meer voor de hand dat ze strandden op Malta.

Hoe de reis verder afloopt is te lezen in het hoofdstuk Castor & Pollux.

Gebruikte literatuur


Aangemaakt 17 september 2005


Koop nu